Opnieuw grafrechten betalen voor 2e persoon in eigen graf waarop nog rechten zijn tot 2040
17 januari 2025
Vraag nummer: 69473
Mijn vader is al in een eigen graf begraven in zwartsluis, met grafrechten tot 2040.
Nu willen we mijn moeder in hetzelfde graf begraven, moet er voor haar dan opnieuw grafrechten worden betaald?
De begrafenisondernemer wil deze namelijk in rekening brengen.
Hoor hierop graag uw antwoord
Antwoord:
Geachte mevrouw,
De hoofdregel is dat wanneer iemand als tweede overledene wordt bijbegraven in een bestaand graf, de lopende termijn verlengd moet worden, als de resterende tijd van het gebruik van het graf minder dan 10 jaar bedraagt.
Tussen 2025 en 2040 zit ongeveer 15 jaar, dus op het eerste gezicht is er geen reden om de grafrechten te verlengen.
Op sommige begraafplaatsen echter is sprake van een uitzonderlijke situatie, wanneer graven niet na 10 jaar na de laatste begraving geruimd kunnen worden. Dat speelt als de natuurlijk ontbinding van het lichaam veel trager verloopt dan op een doorsnee begraafplaats, bijvoorbeeld als gevolg van de grondsoort die slecht zuurstof doorlaat. Dan ruimt men graven in beginsel niet na 10 jaar, maar na 15 of 20 jaar. Dan bevatten de beheersverordening en/of uitvoeringsregeling van de begraafplaats daar voorschriften voor.
Zulke voorschriften heb ik niet kunnen vinden in de regelingen van de gemeente Zwartewaterland, waar Zwartsluis onder valt. Ik zie dus geen reden voor verlenging van de grafrechten.
Uw vraag kan echter op meer manieren worden uitgelegd: gaat het om verlenging van de rechten na 2040, of om een dubbele betaling, van 2025 tot 2040, voor het gebruik van een gedeelte van het graf door uw moeder? Dat laatste zou niet fout, maar knal-fout zijn. Maar zo'n fout kan ik me van de gemeente Zwartewaterland niet voorstellen.
Het lijkt me logisch om aan de begrafenisondernemer te vragen waarom hij die kosten in rekening wil brengen. Misschien wil hij alleen maar de familie de gelegenheid bieden om de rechten te verlengen, als de familie dat zou wensen.
Een verplichting zie ik niet.
Met vriendelijke groet,
mr W.G.H.M. van der Putten